VOORHOOFD

Milan heeft een extreem hoog voorhoofd. Mij was het nog niet opgevallen maar volgens Milan is dat omdat ik zijn moeder ben en niet objectief naar hem kan kijken. Zijn klasgenootjes is het daarentegen wel degelijk opgevallen namelijk. En hun oordeel is momenteel doorslaggevend voor het beeld dat de zoon van zichzelf heeft. Vandaag maakte Milan voor het eerst een opmerking tegen mij over zijn afwijkende verschijning.

“Ik heb een extreem hoog voorhoofd” zegt hij terwijl hij bij mij achterop de fiets zit op weg naar huis.

“Ik ben dol op hoge voorhoofden” zeg ik. Het blijft stil achter mij. Op een diepe zucht na. Ik rijd de stoep op en stap van mijn fiets.

“Laat eens even kijken” zei ik en strijk het haar uit zijn gezicht.

“Mam! Doe normaal!” sputtert hij tegen, ondertussen om zich heen loerend naar eventuele klasgenootjes die zomaar eens langs deze genante vertoning zouden kunnen fietsen.

“Je hebt een prachtig voorhoofd” zeg ik, geheel naar waarheid.

“Ik wist dat je dat zou zeggen” zegt hij, “ik zat in de klas en toen dacht ik er aan dat ik het je zou zeggen en toen wist ik precies wat je zou gaan antwoorden; dit dus”.

“Knap is dat” zeg ik “kinderen met een kleiner voorhoofd zouden dat nooooit bedacht hebben”.

“Fiets nu maar verder” antwoordt hij en weer zucht hij diep. We fietsen verder terwijl hij met zijn voorhoofd tegen mijn rug leunt, zijn gezicht naar beneden. Eenmaal thuis is het duidelijk dat het hoge voorhoofd een “ding”is voor hem. En “dingen” moet je serieus nemen als ouder, ook al lijken ze nog zo nozelloos.

“Wie zegt er eigenlijk dat je een hoog voorhoofd hebt?” vraag ik.

“Iedereen” mompelt hij. “Als ik zit te werken heb ik altijd mijn hand zo..” zegt hij terwijl hij aan de keukentafel voordoet hoe hij aan het werk is, zijn hoofd ondersteunend met zijn linkerhand en ondertussen het haar uit zijn gezicht duwen  “en dan zie ik ze denken.. hoog voorhoofd zeg.”.

“En dat zeggen ze dan?” vraag ik.

Hij knikt.

Ik denk even na over een passende tactiek waarmee ik deze onzekerheid in de kiem kan smoren. Hij heeft nog een leven voor zich om te kunnen twijfelen aan zijn uiterlijk, dat hoeft nu nog niet.

“Ik ga je foto’s laten zien van mannen die ik heel mooi vind” zeg ik hem”en dan moet jij zeggen wat je opvalt aan hun voorhoofd” . Ik zoek naar afbeeldingen van Jeremy Irons, Michel Piccoli en nog een aantal mannen uit mijn eigen collectie.

Met een zekere nonchalance bekijkt hij de foto’s.

“Hoog.. hoog.. hoog.. hoog.. maar jij hebt echt een hele rare smaak” zegt hij na het bekijken van de zoveelste man met een hoog voorhoofd.

Inmiddels is een vriendje van Milan aan komen ploffen op de bank.

“Vind jij dat Milan een hoog voorhoofd heeft?” vraag ik hem. Ik zie hoe het vriendje aarzelt terwijl Milan het haar uit zijn gezicht houdt en op zijn voorhoofd wijst met een gebaar dat zoveel zegt als “je moet wel helemaal blind zijn als je DAT niet ziet..” Het vriendje kijkt naar het voorhoofd. Dan kijkt hij naar mij.

“Nou,” zegt hij aarzelend “zijn voorhoofd is niet hoger dan andere, maar zijn haar staat wat verder naar achter”.

En zo is het.

ziggyklazes.nl

journalistieke producties

https://ziggyklazes.nl
KvK: 343 56 804


Get in touch!

E-mail: info@ziggyklazes.nl
Tel: 06 54 21 88 13

online concept © hosting
R e m c o   R h e e   P r o d u c t i e s