STILTEDWINGER

Vorige week moest ik naar Amsterdam. Ik sprak af met mijn reisgenote dat ik haar op het perron zou treffen. Bij aankomst van de trein koos zij bewust en resoluut voor een plek in de stiltecoupé. Wij namen plaats tegenover een wat morsige snordrager met een boek. De trein was nog niet vertrokken, de passagiers stroomden binnen en uiteraard gaat zulks niet geruisloos. Toen ik iets wilde zeggen tegen mijn reisgenote werd ik na twee woorden onderbroken door de man tegenover ons. “SSSSTTTTT” siste hij en wees daarbij op het raam waar op stond dat het hier een stiltecoupé was. Ik kan heel slecht tegen sissende mensen en daarbij vond ik dat de stilte pas inging wanneer de trein zich in beweging zou zetten. Toegegeven: ik bedacht een spelregel die mij goed uitkwam maar toch. Bij het in- en uitstappen was het onzin stilte te bedingen, vond ik.  

“Ach meneer kom,” zei ik dan ook “we zijn nog niet eens vertrokken, wacht u nog heel even met sissen”.

Woedend keek hij mij aan over zijn scheve halve brilletje. Mijn reisgenote steunde de man en legde een vinger tegen haar lippen terwijl zij me streng aankeek. Sissen deed zij gelukkig niet. In de coupé was een aantal mensen die de euvele moed had te spreken. De man had hoegenaamd geen aandacht voor zijn boek. Getergd stond hij op en liep door de coupé. Hij siste dat het een lust had, daarbij herhaaldelijk  zijn wijsvinger priemend uitstekend naar de tekst op het raam : “Stiltecoupé”.

Toen hij iedereen tot stilte had gesist ging hij zitten. Lezen deed hij niet. Zijn boek lag weliswaar open op zijn schoot maar hij had er geen aandacht voor. In plaats daarvan keek hij oplettend rond in de coupée over zijn halve brilletje, klaar om, wanneer dat nodig zou zijn, op te springen en te gaan sissen. Wij hielden ons gedeisd. We keken wel uit.

De man rook, sterk. Als hij bewoog trok hij een geurspoor van opgedroogd zweet achter zich aan en ik vroeg mij af hoe lang hij al in die trein zat.

Officieel stond de man natuurlijk in zijn recht. Stiltecoupé is stiltecoupé, de man was in zijn onaangenaamheid gedekt door de regels. Maar ik begon te vermoeden dat dit is wat hij deed. Zitten, in een stiltecoupé, op een strategische plek met een goed overzicht en dan sissen tegen stilteovertreders. En dat de hele dag. Elke dag opnieuw. Hij rook er wel naar in ieder geval. Bij aankomst in Amsterdam zat de man als een soort bewaker naast de uitgang, klaar voor een pittige afscheidssis als iemand de euvele moed had voor zijn beurt te spreken. Eenmaal buiten zei ik mijn reisgenote dat ik eigenlijk vond dat persoonlijke hygiëne in de trein ook afdwingbaar zou moeten zijn middels een tekst op het raam, ik had net zoveel last van de geur van de stiltedwinger als hij van mijn stem. Zij lachte. Een beetje. Maar zij houdt meer van stilte dan ik, dat zag ik.

Op de terugweg zat ik, geheel per ongeluk en noodgedwongen, weer in de stiltecoupé. Vlak voor vertrek kwam er een groep van ongeveer 15 vrouwen de coupé binnenrennen. Het leken allemaal wel zussen van elkaar, kortgeknipt grijs haar, brilletjes, driekwartbroeken, sandalen en windjacks. Ze kakelden aan één stuk door :”Zo. Hèhè, ik zit. Wie wil er een pepermuntje, heb jij die tas meegenomen?… Carla is lekker bruin geworden”, “ik begin honger te krijgen..” “ik lust ook wel wat”, kakel, kakel, kakel.

Er was één vrouw in de coupédie probeerde de dames te attenderen op de aard van de coupé, zij siste.. zachtjes.

“O!… Het is een stiltecoupé!” werd er geroepen. Maar wat het betekende, daar hadden de dames kennelijk geen idee van. “Wie wil er een banaan?” riep een van hen en ging de coupé door met een tupperware doosje met bananenschuimpjes. Terwijl ik een schuimpje uit het doosje pakte dacht ik aan de stiltedwinger. Hij had dit niet overleefd.

 

ziggyklazes.nl

journalistieke producties

https://ziggyklazes.nl
KvK: 343 56 804


Get in touch!

E-mail: info@ziggyklazes.nl
Tel: 06 54 21 88 13

online concept © hosting
R e m c o   R h e e   P r o d u c t i e s